REGIOLECTEN IN OOST-BELGIË

Het is niet omdat een Oost-Belg geen dialect spreekt, dat hij vanzelf het Hoogduits gebruikt. Als spreektaal gebruiken vele mensen, zoals elders in België, een lokale omgangstaal: het regiolect. Er is een hoorbaar verschil tussen de regiolecten in de regio Eupen en die in de Belgische Eifel.

Onderzoek naar regiolecten staat in Oost-België nog in de kinderschoenen. Drie overwegingen zijn hierin interessant:

  • Welke bijzonderheden ontwikkelen de regiolecten in Oost-België in vergelijking met de Duitse buurregio’s?
  • Hoe beïnvloedt het verdwijnende dialect deze taal?
  • Worden regiolecten ook in Oost-België als taal van de ongeschoolden gestigmatiseerd? Met andere woorden: moet wie zichzelf respecteert in Oost-België altijd Hoogduits spreken?

Ook de Oost-Belgen hebben omgangstalen ontwikkeld die gedeeltelijk bij de Rijnse regiolecten aanleunen: ‘Wat soll dat? Mach net so ein Jedöns um nix! Jib mir mal den Plaak (vaatdoek)!’ in bijvoorbeeld de Eifel zijn typische uitdrukkingen uit het dagelijks taalgebruik. Ietwat afkeurend noemt men deze regiolecten in Oost-België ‘Hoogduits met knobbels’. Leerkrachten Duits doen deze omgangstaal vaak af als fout Duits. En toch ontwikkelt deze taal zich vaak tot een element van lokaal taalbewustzijn op die plaatsen waar het dialect is uitgestorven of geen sociale functie meer vervult.

Konrad Adenauer en Reiner Calmund behoren zonder twijfel tot de bekendste vertegenwoordigers van een Rijns regiolect. Hoezo? Ze spraken hun ‘plat Rijns’ in situaties waarin men er niet aan gewend is: op de radio of op de televisie. In Oost-België ontbreekt het aan zo’n bekende vertegenwoordiger van het regiolect. In het bijzonder de Duitstalige Belgische omroep BRF zet in op een zo accentloos mogelijke uitspraak, ten nadele van lokale identiteit.

Literatuurtips:

Franz-Josef Heinen, Edie Kremer, ‘Mostert, Bics und Beinchen stellen.’ Dagelijks taalgebruik in Oost-België, Eupen 2011, 240 p.

Franz-Josef Heinen, Edie Kremer, ‘Flatten, Bob und Nonnenfürzchen.’ Dagelijks taalgebruik in Oost-België, Eupen 2016, 360 p.

zurück zur Übersicht