Taalgeschiedenis van Oost-België

SPRACHE(N) IN OSTBELGIEN

Iemand die niet met de streek vertrouwd is, is er vaak niet van op de hoogte dat het Duits van de ongeveer 77 000 Oost-Belgen een officiële bestuurstaal is. Horen ze een Oost-Belg vertellen, dan vermoeden ze vaak zowel een Rijnse als een licht Franstalige klankkleur. Dit toont aan dat het leven aan de (taal)grenzen en het bestaan van dialecten in het leven van alledag duidelijk doorklinken.

Wat beïnvloedt welke taal mensen praten?

Oost-België is een grensregio waar de kinderen in het Duits onderwezen worden. Maar al in de kleuterschool worden ze in zogenaamde ‘taalbaden’ in het Frans ingeleid. Het Frans wordt vanaf de lagere school in toenemende mate aangeleerd. De meeste jongeren leren in de loop van hun schoolloopbaan ook Engels, vele ook Nederlands. Het openbaar leven speelt zich hoofdzakelijk in de Duitse taal af. In de Belgische Eifel wordt het Frans slechts sporadisch gebruikt, in Eupen vaker.

Naast deze standaardtaal zijn ook de dialecten nog aanwezig: Oost-België kun je in drie dialectgebieden onderscheiden. Het dialect wordt in Oost-België in de regel ‘plat’ of ‘streektaal’ genoemd.

Naast het plaatselijke dialect en het Hoogduits als standaardtaal hoor je op elke plaats in Oost-België ook een eigen regiolect, een omgangstaal die naar gelang van de regio anders klinkt en onophoudelijk evolueert. Zinnen zoals ‘Dat is eben so’, ‘Du kriss dat auch noch kaputt’, ‘Ich hol morjen den Bus’ in de Eifel of ‘Komm ens hier, Kind!’, ‘Ich kauf mich nix’, ‘Sach mal nach die Oma…’, ‘Jib mich dat Buch!’, ‘Holste mich dat ens?’ ‘Schlach dich dat aus’m Kopf!’ in Eupen zijn voorbeelden van deze regiolecten.

zurück zur Übersicht